Spel: Ren je rot in Ut Kielegat – 1. Beschrijving

Doel: De leerlingen leren veel over carnaval in het algemeen en carnaval in Ut Kielegat; De leerlingen beleven plezier.

Tijd: 20 minuten

Materiaal: PowerPointpresentatie, Digibord, rood en groen papier om op de grond te plakken of rood en groen krijt om vakken op de grond te tekenen.

De kinderen moeten bij dit spel al enige kennis hebben over carnaval in Ut Kielegat. Het is verstandig om vooraf de PowerPointpresentatie ‘Carnaval in Ut Kielegat’ met de leerlingen door te nemen.

Taal: leesrups carnaval

Doel: De leerlingen globaal aan het lezen en zijn zij aan het oefenen met letter- en woordherkenning.

Tijd: 1 werktijd

Materiaal: Tevoren dient het werkblad ‘Leesrups carnaval’ in kleur uitgeprint, geknipt en eventueel geplastificeerd, te worden.Extra informatie:Begin met het kaartje waar de rups op staat. Je eindigt ook met (het staartje van) de rups. Om de rups compleet te maken moet je bijvoorbeeld het plaatje van een prins naast het plaatje van de prins leggen(domino). Het kind moet dus nu op zoek naar hetzelfde woord (=prins). Een kind of leerkracht moet dit spel begeleiden. De kaartjes moeten verdeeld worden zodat je dit spel met zijn tweeën of drieën kan spelen. Laat de kinderen de plaatjes benoemen. Hierdoor wordt de aandacht op het plaatje gericht en hoort de leerlingen welk woord erbij het plaatje hoort.De viertakt:Allereerst dient men de begrippen voor te bewerken, dit houdt in dat de leerkracht aan het kind vraagt of het al een aantal ‘dingen’ van carnaval weet. Daarna komt de fase van semantiseren, men gaat de woorden aanbieden door middel van de te downloaden leesrups. Na deze fase ga je consolideren. Het is natuurlijk mogelijk de leesrups op een ander moment nogmaals aan te bieden. Op deze manier blijven de woorden beter hangen. Controleren kan men mondeling doen, door middel van bijvoorbeeld de leesrups.”

Rekenen: De rekenrups met cijfers t/m 10

Doel: de leerlingen zijn bezig met aanvankelijk rekenen en zijn aan het oefenen met tellen van 1 t/m 10, kijken, vergelijken en het zoeken naar dezelfde aantallen of cijfer.

Tijd: 1 werktijd

Materiaal: tevoren dient het werkblad ‘Reken-confetti-rups cijfers 1 t/m 10’ in kleur uitgeprint, geknipt en eventueel geplastificeerd, te worden.Extra informatie:begin met het kaartje waar de rups op staat. Je eindigt ook met (het staartje van) de rups. Zoek steeds twee dezelfde. Een kind of leerkracht moet het spel begeleiden. De kaartjes moeten verdeeld worden zodat je dit spel met zijn tweeën of drieën kan spelen. Laat de kinderen de cijfers benoemen. Hierdoor wordt de aandacht op de afbeelding gericht en hoort de leerling welk cijfer erbij het plaatje hoort.”

Rekenen: Kralenplankfiguren Carnaval

Doel: de leerlingen leren tellen, vergelijken en in enkele gevallen te werken in het platte vlak. Verder wordt de oog/handcoördinatie getraind en dienen de kinderen geconcentreerd te werken aan een kleurig eindproduct waar ze trots op mogen en kunnen zijn.

Tijd: 1 werktijd

Materiaal: Diverse kralenplanken en de, eventueel geplastificeerde, uitgeknipte voorbeeld-/figuurkaarten. Bijgaand document bevat 5 kralenplankfiguren.”

Rekenen: Feestmatrix met cijfers

Doel: De leerlingen zijn bezig met aanvankelijk rekenen en oefenen in het tellen van 2 t/m 5. D.m.v. een horizontale (plaatjes) en verticale (cijfers) as vormt zich een matrix en komen de volgende zaken aan de orde: exploreren van de zintuigen, waarnemen, kennis en ervaringen structureren, inzichten verwerven over ruimte, inzichten verwerven over de getallen 2 t/m 5, visuele boodschappen interpreteren en er gepast op reageren.

Tijd: 1 werktijd

Materiaal: Tevoren dient het werkblad ‘Feestmatrix met cijfers’ in kleur uitgeprint, geknipt en eventueel geplastificeerd, te worden.Extra informatie:Oudste kleuters kunnen deze opdracht zelfstandig verwerken, maar deze oefening is ook zeer geschikt om in kleinere groepjes als gezelschapsspel te gebruiken.”

Taal: Woordkaarten CARNAVAL

Doel: de kinderen kunnen na de les de aangeleerde woorden die met carnaval te maken hebben, omschrijven en het plaatje wat erbij hoort, aanwijzen. De kinderen kunnen een foto/afbeelding wat te maken heeft met carnaval omschrijven.

Tijd: 20 minuten

Materiaal: woordkaarten waarop de carnavaleske afbeeldingen staan met daaronder het woord.

Taal: Ik heb – wie heeft CARNAVAL

Doel: De leerlingen breiden de woordenschat uit, vormen zinnen, luisteren naar elkaar, hebben focus op een gezamenlijk doel en de leerlingen moeten gedurende een langere tijd de aandacht vasthouden;

Tijd: 5 minuten (als het spel 1 keer wordt gespeeld)

Materiaal: Kaarten uitprinten en mogelijk lamineren.

Taal: Auditieve oefeningen ‘CARNAVAL’

Doel: De kinderen zijn taalgericht bezig en ontwikkelen hun zinsbouw (zinnen afmaken), klappen woorden, zijn aan het rijmen, benoemen begin- en middenletter en noemen (thema)woorden die met een bepaalde letter beginnen.

Tijd: 1 werktijd, liefst meer

Materiaal: De leerkracht dient het leerkrachtblad tevoren te downloaden en uit te printen. Dit blad is ter inspiratie en voorbereiding. Er zijn echter veel alternatieven te bedenken voor de aangeboden (voorbeeld)oefeningen.